Tagged: engelen

Leve onze marine (VersSpreken #7)

reveTe lang bleef u verstoken van een nieuwe aflevering van VersSpreken, maar nu is het dan eindelijk zover: aflevering #7 is online. Hij werd opgenomen voor een klein en aandachtig publiek bij Boekhandel van Rossum in Amsterdam. Onderwerp: het gedicht Leve onze marine van Gerard Reve, voor het eerst gepubliceerd in 1966 in diens boek Nader tot u. Het gesprek gaat over de Reve-receptie in Nederland, over seks, liefde, religie en uiteindelijk – hoe kan het ook anders – over ironie.

VersSprekers te gast zijn Henk van der Waal en Jeroen van Rooij. In het gesprek wordt gerefereerd aan een radiointerview met Reve door Ad Franssen. Dat interview is hier na te luisteren. Ook wordt gesproken over het gedicht Voor eigen erf, en over de documentaire die Andere Tijden aan dat gedicht wijdde. Die documentaire vindt u hier.

-

Leve onze marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen en brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
‘dit is mijn bloed’.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘dit is mijn lijf’.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

-
Gerard Reve, ‘Leve onze marine’, uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 1986.

http://www.nadertotreve.nl/pl/reve_kat_memo.jpg

Vergeefse achtervolgingen (VS #2: Toon Tellegen)

Voor zover we bij VersSpreken nog dachten dat Toon Tellegen eenvoudige poëzie schrijft, zijn we daar na het opnemen van deze aflevering (VS#2) van teruggekomen. Jan-Willem Anker, Edwin Fagel, Matthijs Ponte en Joost Baars bespraken een gedicht uit Tellegens laatste bundel Stof dat als een meisje, en slaagden er niet in het gedicht te temmen. Niet dat er niets wordt gezegd: Genesis 32, The Matrix, pokeren, Robert Crumb en Roadrunner komen voorbij. Maar ieder antwoord roept uiteindelijk meer vragen op – alsof het gedicht de VersSprekers altijd een stap voor blijft, net als Roadrunner Wile E. Coyote. Maar hoe vergeefs de achtervolging ook, ze is niet zonder zegeningen. Luister naar VersSpreken #2, over onderstaand gedicht van Toon Tellegen.

(Luister hierboven in de player, via iTunes, of door het bestand rechtstreeks te downloaden via “download” hierboven)

*

Een man vond een engel, ergens achteraf,
laten we vechten, zei de man,
dat is goed, zei de engel

de man vocht met hem,
behaalde een overwinning op hem,
verscheurde hem,
veegde hem op, gooide hem weg,
boende de vloer
tot er geen spoor meer van hem over was,
wreef in zijn handen
en dacht niet meer aan hem

en de engel glimlachte
en tilde de man op, tussen twee vingers,
bekeek hem met verbazing
en ook enige ontroering,
liet hem in een afgrond vallen

en de man viel en viel,
terwijl hij dacht dat hij liep
en dat het zomer was
en dat de toekomst hem veel beloofde.

- Toon Tellegen, uit Stof dat als een meisje, Querido, Amsterdam 2009

De tune bij deze aflevering is geknipt uit het nummer Bikkelhard van het duo Das Punkt.