Hélène Gelèns: voor twee stemmen en een klok (repost VS #6)

Eind deze maand gaat een nieuwe reeks afleveringen over Ghayath Almadhoun, Frank Koenegracht, Mustafa Stitou, Jan Arends en Jeroen Mettes in première. In aanloop daarnaartoe, én om onze nieuwe iTunes-feed te vullen en onder de aandacht te brengen (pas hier uw abonnement aan, of abonneer u) plaatsen we al onze oude afleveringen als repost. Vandaag aflevering #6 over Hélène Gelèns, bovendien de eerste aflevering die we voor publiek opnamen.

Op 16 april 2010 kwamen wij en enkele tientallen van onze luisteraars bijeen in Perdu voor de opnames van de eerste VersSpreken met publiek. Het werd een gedenkwaardige avond, waar Hélène Gelèns haar gedicht Gedicht voor twee stemmen en een klok voorlas, en waar VersSprekers Erik Lindner, Matthijs Ponte, Joost Baars en debutante Maud Vanhauwaert een gloedvol gesprek hadden over de biologische klok, vrouwelijkheid, lichamelijkheid, voordrachtspoëzie, compositie en nog veel meer.

Het gedicht van Hélène Gelèns is in verband met de voor internet lastige bladspiegel niet in dit postje te lezen, maar hier te downloaden. Het is ook te lezen in haar tweede bundel zet af en zweef die in het voorjaar bij Uitgeverij Cossée verscheen.

Het gebouw van Mark Insingel (repost VS#4)

Mark InsingelIn aanloop naar eerste kerstdag, wanneer een nieuwe reeks afleveringen van start gaat over Ghayath Almadhoun, Frank Koenegracht, Mustafa Stitou, Jeroen Mettes en Jan Arends, vindt u hier dagelijks een repost van een oude aflevering van VersSpreken. Dit ook om u te attenderen op de nieuwe iTunes-feed, die u hier kunt vinden.

Dit is aflevering #4, die gaat over een gedicht van Mark Insingel, de grote maar zeker in Nederland altijd een beetje obscuur gebleven Vlaamse dichter die bekend werd met zijn als concrete poëzie bestempelde gedichten in bundels als Perpetuum Mobile (1969), Modellen (1970) en Posters (1974). Het titelloze gedicht dat in deze aflevering besproken wordt, is minder visueel, maar is daarom niet minder een constructie. Het komt uit de bundel Het is zo niet zo is het (1978), en staat onder aan deze post te lezen. VersSprekers Hélène Geléns, Samuel Vriezen, Matthijs Ponte en Joost Baars verkennen de ruimte die de constructie schept en buigen zich over de vragen die het oproept, waaronder: hoe politiek is het gedicht op te vatten? En is er ontsnapping mogelijk uit het brandende gebouw en uit de cirkel van macht en machteloosheid? Wie zijn het die het gebouw uiteindelijk betreden om zich om de lichamen te bekommeren?

KommaPunten: Beckett’s Happy Days door Leny Breedveld, Schijnheilig,The Kenning anthology of poets theatre,Rondo in vier delen uit Antjie Krogs Lijfkreet, en het essayCircles van Ralph Waldo Emerson.

Aflevering #4 is hier te downloaden, en hierboven online af te spelen in de player. Check rechts voor de iTunes-link.

De opname van de voordracht van Insingel werd gemaakt op 1 mei 2009 in Perdu in Amsterdam, tijdens de presentatie van de bloemlezing Hotel New Flanders, die verscheen bij het Poëziecentrum in Gent. De tune van deze aflevering is van Jose Travieso, en komt van zijn album Tunguska, dat hier gratis te downloaden is.

Hieronder volgt het besproken gedicht.

-

In het zwaarbewaakte gebouw is de voltallige raad in spoedzitting bijeen terwijl buiten de atmosfeer tot het uiterste gespannen is.
In het zwaarbewaakte gebouw wachten de gedetineerden op de afloop der gebeurtenissen terwijl buiten de atmosfeer tot het uiterste gespannen is.
In het zwaarbewaakte gebouw worden de leden van de raad onder biezonder sterke druk gezet terwijl buiten de atmosfeer tot het uiterste gespannen is.
In het zwaarbewaakte gebouw worden radeloos de folteringen opgedreven terwijl buiten de atmosfeer tot het uiterste gespannen is.
In het zwaarbewaakte gebouw kunnen de raadsleden alleen het uitzichtloze van de situatie onder ogen zien terwijl buiten de atmosfeer tot het uiterste gespannen is.
In het zwaarbewaakte gebouw zijn de veiligheidsagenten, de bewakers en de beulen dodelijk vermoeid terwijl buiten het onweder losbarst.
In het reeds brandende gebouw spelen zich hartverscheurende tonelen af terwijl buiten het onweder woedt.
In het uitgebrande gebouw is men bezig met de vele lijken te identificeren terwijl men buiten duizenden nieuwgierigen op afstand houdt.

- Mark Insingel, uit:Het is zo niet zo is het (Jimmink, Amsterdam 1978)

Willem Jan Otten: Hoeveel weten we wel niet, en van wie? (P.C. Hooftprijs-repost VS#9)

willemjanottenZojuist is bekendgemaakt dat Willem Jan Otten de P.C. Hooftprijs 2014 krijgt toegekend. Daarom in onze repost-reeks – in aanloop naar nieuwe afleveringen vanaf eerste kerstdag, en om u onze nieuwe iTunes-feed te laten weten (pas uw abonnement zonodig aan) – vandaag een sprong vooruit naar aflevering #9, over een van Ottens gedichten gerichte gedichten, dat in de gelijknamige bundel en ook (in iets andere vorm) in de bundel Welkom verscheen.

Hoeveel valt er te weten van God? Hoe openbaart Hij zich? Is Zijn onkenbaarheid de hoogste kennis die er over Hem te bezitten valt? Kun je met die kennis pochen? En wat kunnen niet-Christenen met die kennis? Deze en andere vragen komen aan bod in de extra lange aflevering van VersSpreken over een gedicht van Willem Jan Otten uit zijn bundel Gerichte gedichten, die in 2011 bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen. Het gedicht staat onderaan deze post te lezen.

Het werd een zeer uitvoerig gesprek tussen VersSprekers Hélène Gelèns, Marianne Kalsbeek, Matthijs Ponte en Joost Baars. De theologie komt (natuurlijk) aan bod, maar ook Victor Kossakovsky, Martinus Nijhoff, Odysseus, Angelus Silesius, Augustinus en Jean-Paul Sartre passeren de revue. En het bidden, want is het gedicht wel een gebed?

KommaPunten zijn er over Victor Kossakovsky’s film Svyato (hier helaas slechts in ultrakorte samenvatting en zonder geluid te zien), Czesław Miłosz’ Verzamelde gedichten, literair internettijdschrift Narrative, uitgeverij Eloisa Cartonera, en de podcast Literaturfest.

Veel plezier bij het luisteren naar VersSpreken #9!

————————–

Hoeveel weet ik van u

Zoveel als het zoontje
dat ligt in het gedicht en wijst naar de wolken
weet van de dichter
die naast hem ligt

Zoveel als de peuter
die voor het eerst voor een spiegel staat
weet van de peuter
die daar voor hem staat

Zoveel als de veroordeelde
die in zijn celmuur klopsignalen hoort
weet van zijn buurman

Zoveel als de vrouw
die door de doptone het hartje niet hoort kloppen
weet van haar ongeborene

Zoveel als de oude koning
op de dag van zijn troonsafstand
weet van zijn liefste laatste dochter
die niet zegt wat hij horen wil

Zoveel als Penelope
op het punt staande zichzelf weg te geven
weet van de zwerende
onbekende zwerver aan haar hof

Zoveel als een explosievenzelfmoordenaar
in de metrocoupé
weet van het roodharige meisje met de koortslip
dat zijn oogopslag niet zoekt

Zoveel als de enige zoon
na het vallen van het mes
weet van de kermende vader
die hem leek te zullen kelen

Zoveel
en nog wel meer
heb ik van u geweten

Ik wist van u kortom heel veel
zij het altijd nog minder dan de kerkvader
toen die in zijn Belijdenisen schreef

dat als u tegenover hem kwam zitten
daar recht tegenover hem
hij u zou vragen wanneer u kwam.

- Willem Jan Otten, uit: ‘Gerichte gedichten’, Van Oorschot, 2011