Tagged: afleveringen

Een gebroken rode draad (VersSpreken #10)

De tiende aflevering van VersSpreken werd opgenomen voor een live publiek in de bibliotheek van Amstelveen. Onderwerp: een gedicht van Lucebert (zie onder). Meer dan ooit was het zoeken en zwoegen voor de VersSprekers, ditmaal Krijn Peter Hesselink, Hélène Gelèns, Joost Baars en Matthijs Ponte. Veel vragen werden opgeworpen, veel antwoorden gegeven ook, maar naar het antwoord op die ene grote vraag bleef het reiken. Maar zoals het live publiek bijsprong, zo kunt u natuurlijk ook de lege plekken in de conversatie helpen invullen. Reageer, via VersSpreken.nl of Ooteoote.nl, als u iets meer of beter weet!

————

er is een mooie rode draad gebroken in de ochtend
er is de grond vochtig een kind slapend tussen woedbijt
er is een vrouw bij vrienden blijven slapen
er is een scheerstoel in de hemel opgenomen
er is een kamer ademloos gaan lopen
er is een kamer radeloos een leeg gelopen
er is een koker opgestaan met ledematen
er is een open oven hevig gaan bloeden

ik ben niet verzekerd
ik ben bij gebleven

ik ben op de doffe lucht van achtervolgers
langzaam uitgegleden uit
mijn eigen adem hijgt zijn zeilen
zijn zeezeilen zagen de wind
de wind valt om
om en om
( au )
er is een mooie rode draad gebroken in de ochtend

- Lucebert

Hoeveel weten we wel niet, en van wie? (VersSpreken #9)

Hoeveel valt er te weten van God? Hoe openbaart Hij zich? Is Zijn onkenbaarheid de hoogste kennis die er over Hem te bezitten valt? Kun je met die kennis pochen? En wat kunnen niet-Christenen met die kennis? Deze en andere vragen komen aan bod in de extra lange aflevering van VersSpreken over een gedicht van Willem Jan Otten uit zijn bundel Gerichte gedichten, die in 2011 bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen. Het gedicht staat onderaan deze post te lezen.

Het werd een zeer uitvoerig gesprek tussen VersSprekers Hélène Gelèns, Marianne Kalsbeek, Matthijs Ponte en Joost Baars. De theologie komt (natuurlijk) aan bod, maar ook Victor Kossakovsky, Martinus Nijhoff, Odysseus, Angelus Silesius, Augustinus en Jean-Paul Sartre passeren de revue. En het bidden, want is het gedicht wel een gebed?

KommaPunten zijn er over Victor Kossakovsky’s film Svyato (hier helaas slechts in ultrakorte samenvatting en zonder geluid te zien), Czesław Miłosz’ Verzamelde gedichten, literair internettijdschrift Narrative, uitgeverij Eloisa Cartonera, en de podcast Literaturfest.

Veel plezier bij het luisteren naar VersSpreken #9!

————————–

Hoeveel weet ik van u

Zoveel als het zoontje
dat ligt in het gedicht en wijst naar de wolken
weet van de dichter
die naast hem ligt

Zoveel als de peuter
die voor het eerst voor een spiegel staat
weet van de peuter
die daar voor hem staat

Zoveel als de veroordeelde
die in zijn celmuur klopsignalen hoort
weet van zijn buurman

Zoveel als de vrouw
die door de doptone het hartje niet hoort kloppen
weet van haar ongeborene

Zoveel als de oude koning
op de dag van zijn troonsafstand
weet van zijn liefste laatste dochter
die niet zegt wat hij horen wil

Zoveel als Penelope
op het punt staande zichzelf weg te geven
weet van de zwerende
onbekende zwerver aan haar hof

Zoveel als een explosievenzelfmoordenaar
in de metrocoupé
weet van het roodharige meisje met de koortslip
dat zijn oogopslag niet zoekt

Zoveel als de enige zoon
na het vallen van het mes
weet van de kermende vader
die hem leek te zullen kelen

Zoveel
en nog wel meer
heb ik van u geweten

Ik wist van u kortom heel veel
zij het altijd nog minder dan de kerkvader
toen die in zijn Belijdenisen schreef

dat als u tegenover hem kwam zitten
daar recht tegenover hem
hij u zou vragen wanneer u kwam.
- Willem Jan Otten, uit: ‘Gerichte gedichten’, Van Oorschot, 2011

Leve onze marine (VersSpreken #7)

Te lang bleef u verstoken van een nieuwe aflevering van VersSpreken, maar nu is het dan eindelijk zover: aflevering #7 is online. Hij werd opgenomen voor een klein en aandachtig publiek bij Boekhandel van Rossum in Amsterdam. Onderwerp: het gedicht Leve onze marine van Gerard Reve, voor het eerst gepubliceerd in 1966 in diens boek Nader tot u. Het gesprek gaat over de Reve-receptie in Nederland, over seks, liefde, religie en uiteindelijk – hoe kan het ook anders – over ironie.

VersSprekers te gast zijn Henk van der Waal en Jeroen van Rooij. In het gesprek wordt gerefereerd aan een radiointerview met Reve door Ad Franssen. Dat interview is hier na te luisteren. Ook wordt gesproken over het gedicht Voor eigen erf, en over de documentaire die Andere Tijden aan dat gedicht wijdde. Die documentaire vindt u hier.

-

Leve onze marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen en brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
‘dit is mijn bloed’.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘dit is mijn lijf’.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

-
Gerard Reve, ‘Leve onze marine’, uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 1986.

http://www.nadertotreve.nl/pl/reve_kat_memo.jpg